Kabinet komt met voorlichtingscampagne ‘Zo kan zzp wél’ en past webmodule aan
(10 april 2026)
- Minister Aartsen zet in op meer rust en duidelijkheid voor zelfstandigen en opdrachtgevers, zo schrijft hij aan de Tweede Kamer;
- Centraal in de zzp-plannen van het Kabinet staat een tweesporenbeleid: erkenning en ruimte voor zelfstandigen enerzijds, aanpak van schijnzelfstandigheid anderzijds;
- Het kabinet vindt dat zelfstandigen een volwaardige plek hebben op de arbeidsmarkt, echter wel met de verantwoordelijkheden die daarbij horen;
- Het kabinet baseert zich op de jurisprudentie na ‘Deliveroo’: arbeidsrechtelijk wordt vooral gelet op een positie van ondergeschiktheid ten opzichte van de opdrachtgever;
- Het kabinet komt nog vóór de zomer met een overheidscampagne die nadrukkelijk laat zien hoe het werken met zzp’ers wél kan en past de Webmodule Beoordeling Arbeidsrelatie aan;
- De campagne richt zich zowel op opdrachtgevers als op zelfstandigen;
- Opdrachtgevers worden gewezen op de punten waar ze op moeten letten bij een overeenkomst van opdracht;
- Zelfstandigen worden bewuster gemaakt van waar zij rekening mee moeten houden bij het aangaan van een arbeidsrelatie.
Zo kan zzp wél!
Minister Aartsen (Werk en Participatie) schrijft aan de Tweede Kamer dat het kabinet vóór de zomer 2026 wil komen met een communicatiecampagne over werken met zelfstandigen.
Met de campagne reageert het kabinet op signalen uit de markt dat opdrachtgevers soms bij voorbaat deuren sluiten voor zzp’ers, zonder eerst het gesprek aan te gaan. Aartsen noemt dat “zonde indien dat onnodig gebeurt” en wijt het deels aan onduidelijkheid en gebrek aan expertise over de geldende regels. Waar eerdere voorlichting zich richtte op de vraag ‘zzp ja of nee’, verschuift de toon nu nadrukkelijk naar wanneer het wél kan.
Overheidscampagne naar opdrachtgevers en zzp’ers
Opdrachtgevers worden gewezen op de punten waar ze op moeten letten bij een Overeenkomst van Opdracht. Zelfstandigen worden bewuster gemaakt waar zij rekening mee moeten houden bij het aangaan van een (zelfstandige) arbeidsrelatie.
Webmodule wordt aangepast: extern ondernemerschap prominenter
Het kabinet past de Webmodule Beoordeling Arbeidsrelatie aan. De webmodule sloot al langer niet aan bij de huidige wetgeving omdat het externe ondernemerschap (ondernemerschap van de werkende buiten de specifieke arbeidsrelatie) geen rol had. Deze wordt voortaan duidelijk benoemd op de startpagina van de webmodule.
De aanpassing van de webmodule sluit aan bij de Uber-uitspraak van de Hoge Raad van 21 februari 2025, die bepaalde dat extern ondernemerschap volwaardig en zonder rangorde moet worden meegewogen bij de beoordeling van arbeidsrelaties. Uit de recente Uber-uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 27 januari 2026 blijkt dat het extern ondernemerschap van de werkende zelfs de ‘balans kan doen omslaan’ naar zelfstandigheid, ook al doet de zzp’er hetzelfde werk als werkenden in loondienst.
De minister kondigt verder aan dat het toetsingskader op basis van de meest recente jurisprudentie wordt gepubliceerd op hetjuistecontract.nl. Ook de leidraad die binnen de Rijksoverheid wordt gebruikt, wordt herzien.
Verduidelijkingsdeel Vbar geschrapt
Minister Aartsen bevestigt in zijn brief dat de criteria voor het onderscheid tussen werknemer en zelfstandige moest verduidelijken worden geschrapt. Volgens de minister werd dit onderdeel als verzwaring ervaren en leidde het tot onzekerheid bij opdrachtgevers. Door het te schrappen ontstaat ruimte om de nieuwe Zelfstandigenwet vorm te geven, waarin de positie van zelfstandigen op een andere manier wordt benaderd.
Zelfstandigenwet in de maak
Een van de grotere ambities in de brief is de aankondiging van een Zelfstandigenwet. Het kabinet neemt daarbij de uitgangspunten van het initiatiefvoorstel van VVD, D66, CDA en SGP als leidraad. Het doel: vooraf meer duidelijkheid wanneer iemand geen werknemer is en als zzp’er kan worden ingehuurd, met vastlegging van de verantwoordelijkheden die bij die status horen — waaronder arbeidsongeschiktheidsverzekering en pensioenvoorziening. Over de vervolgstappen wordt de Kamer voor de zomer geïnformeerd.
Handhaving blijft
Daarnaast blijft het kabinet inzetten op handhaving op schijnzelfstandigheid, “met oog voor de menselijke maat” zo schrijft Aartsen. “We zien dat de handhaving de bewustwording over wet- en regelgeving heeft vergroot, werkgevenden en werkenden nadenken over de juiste manier van samenwerking en schijnzelfstandigheid wordt tegengegaan. Daar was te weinig sprake van ten tijde van het handhavingsmoratorium voor de loonheffingen.”